30-04-05

Duik mee het nachtleven in van de Antwerpse Zoo

Gisteren, vrijdag 29 april opende de Antwerpse Zoo het vernieuwde nachtdierenverblijf. Het nocturama van de Antwerpse Zoo is, net zoals het aquaforum met de zeeleeuwen, een onderdeel van het jubileumcomplex. Dit complex werd opgetrokken ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van onze maatschappij in 1968.
We vinden hier onder andere enkele vreemde nachtelijke bewoners zoals de doeroecoeli's, de tamandua, de viscacha's en de Australisch vissende ratten.

Nocturama, het gebouw
Met de steun van de Vlaamse regering en Toerisme Vlaanderen werd het bestaande nocturama volledig vernieuwd en aangepast. In een project van 750.000 euro werden de vele kleine verblijven omgetoverd tot een zevental grote biotopen. Het nu volledig vernieuwde nocturama is een belangrijke bijdrage tot de verbetering van de techniek van het tonen van dieren in dierentuinen. De gebruikte materialen, waaronder in hoofdzaak spuitbeton, zijn bijzonder licht en sterk zodat de bestaande constructies konden worden behouden. De grootte van de verblijven varieert tussen de 44 en de 115 m². De verblijven zijn voorzien van geklimatiseerde luchtcirculatie en –verwarming. In koudere periodes daalt de minimumtemperatuur niet onder de 24°C. Aangezien de bijverwarming bestaat uit stralingspanelen hebben de dieren steeds de keuze of ze dicht bij de warmtebron dan wel wat frisser willen zitten.

De dieren leven, afhankelijk van de soort, tot 12 uur bij ‘maanlicht’ en 12 uur bij zon- of daglicht. Gemiddeld is er 1000 lux aan licht aanwezig om het daglicht na te bootsen. Het verschil tussen dag en nacht wordt zo groot mogelijk gemaakt zodat de dieren hun dag- en nachtritme perfect kunnen regelen. In het nocturama is het overdag nacht en omgekeerd.

De bewoners
Terwijl de mens zich maar onhandig en hulpeloos voelt in het duister, zijn er tal van dieren, uit evenveel verschillende streken, die daar geen problemen mee lijken te hebben. Hoe doen die dieren dat? Hoe vinden zij hun weg en hun voedsel, hoe vinden ze elkaar?
Nachtdieren hebben allen één kenmerk gemeen namelijk dat hun periode van activiteit valt in onze nacht en dat onze dag voor hen de tijd van rust betekent.

Waarom verkiezen veel diersoorten juist de nacht voor hun tijd van bewegen? Er zijn verschillende redenen. Enerzijds om hun vijanden te ontlopen en hun prooidieren te kunnen verschalken. De nachtactiviteit is te verklaren door een verregaande aanpassing van deze dieren aan een levenswijze waarbij het licht zeer beperkt is en wel op verschillende manieren: een bijzondere ontwikkeling van hun gehoor, hun gezicht of hun tastgevoel en ook door hun reuk.

De grot met vleermuizen of nijlroezetten
Het gehoor is bij veel nachtdieren buitengewoon goed ontwikkeld: de zeer grote, beweeglijke oorschelpen van vleermuizen en galago’s vangen de geringste geluiden op. Vleermuizen zenden zelf -voor de mens onhoorbare- geluiden uit waarvan ze de terugkaatsing tegen voorwerpen in hun omgeving kunnen waarnemen. Vleermuizen zijn de enige dieren die in het complete donker vrij kunnen bewegen.
De vliezige vleugels van de vleermuizen bevatten ook heel fijne zintuigcellen waardoor deze dieren, naast hun overgevoelige radaroren, ook nog over een sterk tastgevoel beschikken.

Zuid-Amerikaans oerwoud met luiaards en doeroecoeli’s of nachtapen
Het tastgevoel bij nachtdieren wordt o.a. bevorderd door de aanwezigheid van zeer gevoelige tastharen die bij veel nachtelijk levende dieren rondom de snuit, boven de ogen, vaak aan de binnenzijde van de voorpoten en bij de potto zelfs boven op de nek en de schouder staan. Op de tast baant de doeroecoeli zijn weg, zonder zich te stoten.

Bij de apen is er maar één soort die zich aan het nachtelijk leven heeft aangepast: de doeroecoeli, een kleine breedneusaap van Zuid Amerika. Behalve door zijn grote ogen die aangepast zijn aan de schemering, valt dit diertje op door de sterke ontwikkeling van tastharen. Ze zitten zelfs tot op de bijna naakte punt van zijn kleine neus.
In dit verblijf vinden we ook de luiaard. Tussen de haren van de vacht leven bij de luiaard twee algensoorten die aan de vachte een groenige schijn geven, een ideale schutkleur in de bladerrijke bossen. In een droge periode worden ze geler van kleur en als het vochtig wordt, kleuren ze blauw-groen; de ideale camouflage!

De tamandua
Deze opvallende gast leeft in Midden- en Zuid-Amerika en de soort in leven houden is voor dierentuinen een ware kunst. Deze boommiereneter is een kleinere versie van de reuzenmiereneter. Deze diersoort vereist een bijzondere voeding waarbij hun maag een ingenieus systeem is om chitinepantsers en zuren van insecten (mieren, termieten) vermengd met grond en plantendelen te pletten en te verteren. De maag is een harde schijf en heeft een stevige spier om insecten, mieren en termieten te pletten. Als de voeding niet de juiste vorm heeft, inhoud is van minder belang, bezorgt de tamandua zichzelf een maagzweer.

Biotoop van Zuid-Oost Azië
De kantjil leeft in beboste streken van Zuid-Oost Azië en zijn voornamelijk solitair. Dwergherten of kantjils verschillen van de andere herten doordat ze een stuk kleiner zijn, geen gewei dragen en verlengde bovenhoektanden hebben.
In de nabije toekomst voorziet de Zoo in dit verblijf eveneens slanke lori’s. Zij komen voor in Zuid-India en Sri-Lanka en hebben de grootte van een jong katje. Slanke lori’s hebben hun naam niet gestolen: ze zijn zeer slank en hebben zeer dunne ledematen maar grote ogen aangepast aan een nachtelijke activiteit.

Door een fijn reukorgaan vinden veel in het donker levende dieren hun voedsel, zonder dat zij het van tevoren door hun ogen waarnemen. De sterk gedifferentieerde slijmvliezen van de neus en zijn bijholten, die hiervoor zorgen, kunnen wij bij het levende dier niet zien.

Mangrovegebied of rivieroevers
De Australische vissende ratten komen uitsluitend voor in Australië. De Antwerpse Zoo wil zich voor deze diersoort engageren om mee te stappen in het internationale kweekprogramma. Ze hebben zwemvliezen en een waterdichte pels.

Afrikaanse savanne met de aardvarkens
Tot de zonderlingste bewoners van het nocturama behoren zeker de aardvarkens. Op het eerste gezicht doen ze ons wat denken aan varkens, vooral door de neus die een soort wroetschijf heeft, zoals we die kennen van de echte varkens. In tegenstelling hiermee heeft het aardvarken een zeer eigenaardige reeks haren die wellicht een aanpassing zijn aan het soms poederige substraat waarin het aardvarken zijn voedsel vindt. Aardvarkens zijn de enige vertegenwoordigers van een groep die in voorhistorische tijden veel meer soorten telde.

Het gebit, waaraan de aardvarkens de naam van hun groep, Tubulidenta of buistandigen te danken hebben, is heel sterk gespecialiseerd. Hun tong is lang zoals bij alle mierenetende zoogdieren; ze likken de rondkrioelende insecten ermee op, nadat ze het nest hebben opengebroken. In de neus hebben deze dieren haartjes om te vermijden dat de termieten erin kruipen!

In het nocturama maken we van de zachtaardigheid van dit dier gebruik om ze te laten samenleven met galago’s die een aardvarkenrug vaak als prettig zitje gebruiken.
Het laaggebergte, de Andesheuvels met viscacha’sViscacha’s zijn familie van de chinchilla’s die bij het grote publiek veel beter gekend zijn. Een mannetje viscacha kan echter wel 6 tot 7 kg wegen wat zowat drie keer de grootte van een chinchilla is. Viscacha’s zijn grote knaagdieren met een stijve borstel als staart. De dieren worden bejaagd voor het vlees en hun pels.

Worden in de toekomst nog verwacht in het nocturama:
- de potto, een halfaap die lijkt op de lori en solitair is. Ze staan bekend om de voorzichtige manier waarop ze bewegen.
- het gordeldier Edgard is nu reeds te bekijken in het mensapengebouw. Het is een gordeldier met een bruine beharing onder en tussen de pantsers. Bij vele andere gordeldieren is de beharing op de rug afwezig of nauwelijks te zien. Hij kan zich ter verdediging niet oprollen tot een balletje zoals andere gordeldieren maar hij kan zich in enkele seconden ingraven. Het zijn goede zwemmers en kunnen zelfs onder water lopen.

Educatieve elementen
Wat educatie in het vernieuwde nocturama betreft, ligt de nadruk op de duisternis en de manier waarop de dieren hierin overleven.
De hele wandeling door zijn er verre geluiden van nachtdieren en mensen te horen (uilen, hyena’s, nachtzwaluwen,…).
Nieuw zijn de voelplaten die de bezoeker terugvindt bij elk verblijf met een voor de ziende bezoeker onzichtbaar, maar voor de ziende én niet-ziende wel tastbaar silhouet van de dieren in het verblijf. De voelplaten worden aangekondigd door een klikgeluidje, je moet ze dus wel op het gehoor vinden. Telkens is er een leuk tekstje toegevoegd in braille. Iedereen wordt uitgenodigd te kijken met de vingers en een keertje in de huid te kruipen van een niet-ziende.

Op de wanden rechtover de dierverblijven kan je deelnemen aan een viertal nachtspelletjes en op ontdekking gaan in het donker!Tegenover het vleermuizenverblijf zijn er verschillende modules opgebouwd over telkens één aspect van het leven in het duister. Enkele voorbeelden zijn de nachtkijker, de echolocatie bij de vleermuizen, kamperfoelieparfum voor de nachtvlinder, etc.

13:54 Gepost door F&F | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.